jaren geleden
Is de liefde tussen Nederland en Hyves over?
Vandaag was het weer eens zover. Iemand van mijn generatie vertrok van Hyves. Zeker niet de eerste en het zal vast ook niet de laatste zijn. Al geruime tijd is het sentiment rondom Hyves behoorlijk negatief. Was het enige tijd nog het beklag dat ‘niemand er eigenlijk iets mee deed’, nu is de teneur dat ‘iedereen’ om verschillende redenen naar Facebook gaat of twittert.
Ik heb de discussie de afgelopen tijd gevolgd en wat me opvalt is dat er met name uit de hoek van redelijk cynische marketeers nogal wat wanklanken over Hyves op te maken zijn. Wat vaak ontbreekt in de discussie zijn de inhoudelijke argumenten (Hyves is voor kinderen of het werkt onhandig) en blijft het vaak puzzelen waarom deze mensen toch zo fel gekant zijn tegen Hyves. Een intrigerende tweet van @remcojanssen spoorde mij aan om er een blogpost aan te wijden.
Afgelopen week publiceerde Webwereld een column van de hand van Luuk Poelman waarin de vloer werd aangeveegd met de onlangs gepubliceerde bezoekersstatistieken van Hyves. Onder de kop ‘Hyves manipuleert de cijfers’ beredeneert Koelman dat de becijferingen die Hyves onttrekt via Comscore eigenlijk niet kunnen kloppen. Of dit zo is of niet vind ik niet zo van belang voor dit blog. Waar ik me over verbaas zijn de vaak zeer gepassioneerde uitingen die de (zelfbenoemde) marketingexperts op het web over dit onderwerp hebben. Er wordt oneindig gespeculeerd over de interpretatie van cijfers, bezoektijd op de site, slapende accounts, wel of niet complementair werken en wat dies meer zij. Natuurlijk er worden ook terechte vraagtekens gesteld bij duizelingwekkende getallen; Yme Bosma heeft dan ook een dagtaak aan het beantwoorden van alle vragen die er op dat vlak zijn.
Wat mij met name opvalt is dat de (cijfer)discussie zich altijd afspeelt rondom Hyves en in zoveel mindere mate rondom allerlei andere (online) platformen en media. Als Nu.nl met magische getallen naar buiten komt, slikken we dat als zoete koek en ontstaan er geen discussies, terwijl daar door de oplettende kijker ongetwijfeld ook een kanttekening bij gezet zou kunnen worden. Het is volgens mij dan ook vaak de hoge ‘hoe-de-wind-waait’ factor die hier meespeelt. Wat mij betreft is dat exact dezelfde meewaaifactor die meespeelt bij de marketeer die zonder enige onderbouwde argumentatie vindt dat zijn merk op Facebook moet zitten. Of de wervelstorm die ieder zichzelf respecterend merk vier jaar geleden een vestiging in Second Life deed openen. Het heeft iets hyperigs, roepen dat het allemaal niet klopt en dat er zoveel betere podia zijn. Het is datzelfde hyperige gedrag dat je nu breeduit rondom het fenomeen social media tegenkomt. Als je bedrijf niet van deze media gebruik maakt, vergeet het dan maar is de boodschap van met name de online community. En waar gaat dan de discussie over? Juist, over middelen, over tactics en communicatiedragers. Zaken waar organisaties het minst bij gebaat zijn. Waarom? Omdat een goed plan begint met na te denken wie je wilt bereiken en op welke manier. Maar wat gebeurt er in de praktijk? De middelen worden gekozen en de strategie erop aangepast.
Terug naar Hyves. Hyves heeft een doel en komt tegemoet aan een wens van de gebruiker, want ongeacht de exacte aantallen blijft dit een platform van significante betekenis. Ik ben er dan ook van overtuigd dat er de komende jaren vele adverteerders en merken op dit platform in contact kunnen komen en blijven met hun doelgroep. En al die consternatie? Echt, ik begrijp er niet veel van. Marketeers moeten uiteindelijk kijken naar de effecten van hun campagnes; sentimenten uit persoonlijke beleving en levenssfeer van een marketeer doen dan niet ter zake. Uiteraard besef ik dat transparantie en gedetailleerde input voor een marketeer onontbeerlijk is om een goede afweging te maken, maar een goede marketeer schakelt op dat moment zijn eigen onderbuikgevoel uit en laat zich niet verleiden tot de cijferneukdiscussie. Maar goed, emoties horen er nou eenmaal bij als je van iemand houdt. Misschien zit de liefde dus tussen Hyves en de marketeer dus toch iets dieper dan gedacht?