Het ware verhaal achter de PR-oorlog
Vandaag stond er een stukje in de krant dat nabestaanden van militairen die gesneuveld zijn in Afghanistan door het Ministerie van Defensie in de gelegenheid zijn gesteld om dit land te bezoeken. Familie en nabestaanden kunnen zo met eigen ogen bekijken hoe en waar hun geliefden de laatste periode in hun leven hebben gewerkt, gewoond en waar ze zijn omgekomen. Veel grotere nieuwskoppen waren er de afgelopen dagen voor Geert Wilders met zijn speech in New York en een Amerikaanse dominee die al dan niet besloot om Korans te verbranden. Niettemin interesseerde dit korte stukje mij vele malen meer dan de twee andere wereldse en breed uitgemeten zaken.
In een vorig leven heb ik een namelijk een jaar of vijf mogen ruiken aan het militaire leven en ook ik heb missiegebieden bezocht en daar gewerkt. Ik ken iemand die in Afghanistan het leven heeft gelaten en weet - tot op zekere hoogte - welke wissel een missie heeft op een mensenleven of de direct en indirect betrokkenen. Het is daarom dat ik nog met veel interesse ook na mijn tijd als militair het reilen en zeilen in de missiegebieden volg.
Natuurlijk overheersen dan de verhalen vanuit de politiek en media, maar mij hebben de verhalen van persoonlijk betrokkenen vanuit mijn achtergrond het meest geïnteresseerd, omdat die ongepolijst en uit de eerste hand zijn. Iedereen weet natuurlijk dat het geen koek en ei is in die missiegebieden; die missies zijn er immers niet voor niets. Hooggeplaatste militaire leiders weten vaak door goede mediatraining en door behoorlijke druk vanuit de politiek vaak brandjes te blussen en PR-praatjes hoopvolle signalen uit te sturen die de media maar wat graag oppikken. Voor thuisblijvers is het echter vaak maar gewoon afwachten op een kattebelletje dat van de bekende in kwestie vanuit het missiegebied komt. In mijn tijd ging communicatie naar Nederland nog via de veldpost en de satelliettelefoon. In het eerste geval was het langzaam, in het tweede geval duur. Tegenwoordig mogen Nederlandse militairen gelukkig ook gebruik maken van moderne middelen zoals Internet.
Vlak na het lezen van het krantenbericht kreeg ik dan toevalligerwijs een e-mail onder ogen van een in Afghanistan verblijvende oud-collega die belast is met de redeployment task en in een paar zinnen een weerspiegeling geeft van zijn ervaringen daar:
"De meeste Amerikanen kijken stoïcijns zich uit; er kan geen goedendag af. Ze lijken wel geïnjecteerd te zijn met een goedje dat ze laat werken op de automatische piloot. Elke dag is er wel een rampceremonie met in de hoofdrol een laadklep van een vrachtvliegtuig. Daarvoor staat dan een erehaag opgesteld met voorop een militair met een doedelzak. Met militaire eer wordt afscheid genomen van de gevallen militairen, helaas schrijf ik dit in meervoud omdat het zich vaak niet beperkt tot een militair. Een Nederlandse afvaardiging is daar steevast bij aanwezig. Welke nationaliteit maakt verder niets meer uit. Het is er een te veel, iedere keer weer. Typerend voor de Amerikanen is, dat de Amerikaanse militair die zelfmoord pleegt, na afloop van de ereceremonie in een bodybag erbij wordt gelegd; zonder al die eer. Dit doet men bewust om te laten zien dat er voor zelfmoord geen enkel respect is. Zelfmoord komt relatief vaak voor onder de Amerikaanse militairen. 13 a 14 Maanden van huis is normaal, vaak continue buiten de poort achter de Taliban aan. Iedere keer weer de angst om niet heelhuids terug te komen van patrouille. En de Nederlandse krijgsmacht mag dan niet altijd netjes omgaan met haar personeel, de Amerikaanse gaat gewoon niet om met haar personeel. U krijgt van ons centjes en daarvoor gaat u een kunstje doen. Veel meer is het niet. Dat er dan in Amerika hoog spel wordt gespeeld over de moskee op Ground Zero, het verbranden van een Koran en de herdenking 9/11 doet de gemiddelde Amerikaan hier niets. Zij zijn de speelbal van het Witte Huis en dat weten ze. Een mening hebben en er 'iets' van vinden is er dan ook niet bij. Al met al zijn de events met een sisser afgelopen. Wel schijnen er wat Korans verbrand te zijn. Zo ook genoeg Amerikaanse vlaggen en hopelijk was dat het."
Oorlog is propaganda en een oorlog wordt in dit informatietijdperk vaak via media gewonnen. Toch blijven die echte berichtjes van levensbelang als het gaat om de andere kant en de zin en onzin van oorlog te begrijpen. Ik ben benieuwd of een nabestaande uit Arkansas of Seattle van een militair die in een missiegebied zelfmoord heeft gepleegd het verlies van kan verwerken door een echt verhaal over zijn of haar geliefde te vertellen of een gedenkplek te bezoeken waar de militair het leven liet…
Robbert Minderhoud
Pride PR is een creatief communicatieadviesbureau gericht op offline en online Public Relations en marketing.
Pride PR staat voor slimmer, creatiever en met grote toewijding werken aan inspirerende communicatieopdrachten mét onze partners. Het behalen van resultaat komt daarbij op de eerste plaats!