Vorige week werden wij benaderd door een journalist van een weekblad om commentaar te geven op het nieuws rondom de Mauro zaak. De vraag was onder andere waarom het nieuws rondom Mauro zo ontzettend breed is uitgemeten. Honder kun je het volledige vraaggesprek teruglezen. Een scan van het uiteindelijke artikel is hier te vinden.
Heeft het pr-team van Mauro de mediacampagne goed gevoerd (ethische bezwaren daargelaten)? Wat kon er beter?
Mauro heeft de mediacampagne op punten gewonnen. Bij PR is het vaak een kwestie van op het juiste moment op de juiste knoppen drukken, dat is bijna niet te regisseren zonder een goed campagneteam. In zijn geval is dat goed gegaan, maar het lijkt me niet al te bewust gepland; zeker in het begin niet. Het is het bekende sneeuwbaleffect; het verhaal is ergens begonnen en groot geworden. Het beoogde resultaat is daarentegen nog niet behaald, de vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: wat kan er beter? Het antwoord is dat hij zal moeten doorpakken nu. Dat betekent mediacontacten verder onderhouden, ambassadeurs paaien, debatten op scherp zetten, lobbyen, community bouwen via social media en verder werken aan zijn personal branding. Desnoods meedoen met een spelletje op TV zoals ‘Ik hou van Holland’. Hij moet de belichaming van de succesvolle immigrant worden. Hij zal er keihard voor moeten blijven knokken, maar als hij in die opzet slaagt zal hij top of mind blijven en sympathie winnen. Geen politicus zal het dan nog in zijn botte hersens halen om hem alsnog over de grens te zetten.
Als je als pr-deskundige naar Mauro kijkt. Waardoor komt t dat juist hij zo massaal door de media werd geadopteerd?
Mauro is het schoolvoorbeeld van een succesvolle, geïntegreerde Nederlander. Je ziet een doodnormale, leuke, donkere jongen met een Brabants accent, geen prototype asielzoeker, niet crimineel, niet activistisch. Hij zou uw en mijn buurman kunnen zijn. Als je naast hem woont en hem kent zie je buiten zijn huidskleur geen verschil. Je vraagt je hardop af waarom deze jongen moet vertrekken. En zelfs als je wel voor uitzetting bent, dan knaagt er iets aan je, het welbekende stemmetje dat zegt dat juist hij de uitzondering is op de regel. Dat is voer voor het publieke debat en dus voor de media.
Wat zijn daarvoor de belangrijkste criteria? (Leeftijd, het feit dat hij geïntegreerd is, emotie etc.)
De Mauro zaak heeft een hoge nieuwswaarde omdat het de verhoudingen in het asieldebat verder op scherp heeft gezet. De zaak Gümüş, de kleermakersfamilie die terug moest naar Turkije had een vergelijkbare impact. Deze familie was het eerste zichtbare slachtoffer van een verharding van het asielbeleid. Bij Mauro werd het schrijnender. Het betrof een geïntegreerd kind in een normaal gezin. Een kind dat tijdens zijn mediaoptredens in onvervalst Brabants vol onbegrip liet doorklinken: “Hé Nederland, hé politiek, ik ben een van jullie, jullie sturen mij als Nederlands kind toch niet weg?” Wat zijn zaak echt op scherp zette was het feit dat hij minderjarig was én de zaak in essentie keihard de dualiteit van het sociale moraal van Nederland kenschetste. Dat werkte polarisatie in de hand.
Is het zo dat hoe schrijnender het verhaal des te eerder wordt er door zowel de media als de samenleving empathie gekweekt voor jouw situatie?
Dat is een waarheid als een koe. Ga maar eens een dagje slecht nieuws versus goed nieuws turven in de ochtendkrant. Moord, brand, beroving en verkrachting domineren de headlines. Wil je nog eens extra scoren, schrijf dan iets over kinderen en verschrikkelijke ziektes of over dierenleed. Waarom denkt u dat we geen ‘goed nieuws krant’ hebben? Die verkoopt namelijk niet…
Drie weken geleden kwam ook een ‘nieuwe Mauro’ in het nieuws: Patricio dos Santos. Daar hoor je nu niks meer over. Hoe komt dat? Zijn we Mauro-moe?
Het Mauro-momentum was voorbij en de timing was daardoor slecht. ‘Me too’ verhalen verkopen niet goed. PR is in essentie een creatief vak, je zult je constant moeten onderscheiden met hoge nieuwswaarde om aandacht te krijgen en vast te houden. Aan de andere kant schrijft Youp van ’t Hek nu wel over een minderjarige Alkmaarse jongen, Jossef, die ook uitgezet dreigt te worden. De Alkmaarsche Courant heeft zich het lot van deze jongen aangetrokken en er is een discussie over de partijdigheid van deze krant losgebarsten. Dat kan weer een aanjager van een nieuw mediadebat zijn waarin deze jongens een rol kunnen spelen. Er is altijd een hoge mate van onvoorspelbaarheid in nieuws. Als Youp echt doorzet dan kan het zo maar weer eens exploderen.
Hoe lang zou je als nieuwe Mauro moeten wachten om door de media geadopteerd te worden en dezelfde aandacht te krijgen als Mauro Manuel?
Als je geen rare strapatsen wilt uithalen zoals jezelf in brand steken voor de Tweede Kamer of een aanslag plegen op Wilders, dan zul je slim en geduldig moeten zijn; daar staat geen bepaalde tijd voor. De laatste echt grote asielzaak met een impact van deze omvang, die van Gümüş speelde in 1997 dus reken maar uit. Wel regisseer je momentum voor het grootste deel zelf en daar zijn aardig wat middelen voor in te zetten. Ik zou de Mauro’s, Jossef’s en Patricio’s wel adviseren zichzelf te verenigen. Ze staan sterker als ze samenspannen voor hun gezamenlijke casus, l'union fait la force. Een groots opgezette protestmars of een Occupy-achtige actie kan een adequaat middel zijn. Verrassing is nieuwswaarde en vaak telt hoe gekker hoe beter.
Robbert Minderhoud
Iedereen doet wat voor zijn giechel komt
Gebrek aan visie, lef en energie in het bedrijfsleven
Reageren op wat op ons af komt, het werk nauwelijks aan kunnen en bakken energie verliezen aan zaken die je niet kunt beïnvloeden. De Italiaanse rentetarieven, de toekomst van de euro, de stand van het klimaat, het verstart ons en beangstigt ons.
Mensen zijn bang om te verliezen wat ze hebben en moeilijk in staat nieuwe perspectieven te creëren. We blijven het liefst doen wat we deden en wat we kennen. De spiraal kan alleen nog maar omlaag.
Wat we nodig hebben is hoop en een helder beeld waar het naar toe gaat en een recept om hier te komen. Dit is precies datgene wat ook wel visie genoemd wordt.
Wat we willen is zinvol bezig zijn en ergens voor gaan. Serieus genomen worden in wat we doen, als mens opgemerkt worden en iets na laten. Kortom, een missie. Niks hoogdravends, niks wolligs gewoon wat maken van je leven en ergens voor willen werken.
Noem mij 5 werknemers met een echte missie en ik kom langs en trakteer op zelfgemaakte cake. Mocht dit al lukken om er 5 op te noemen dan zijn dit vaak mensen die iets doen in hun vrije tijd of als vrijwilliger. Ze zetten zich in voor de strijd tegen kanker, een beter milieu of worden gedreven door ongelijkheid.
Degene die wel weet wat de missie van zijn bedrijf is en hierdoor geïnspireerd raakt is moeilijker te vinden dan de befaamde speld in de hooiberg.
We doen te vaak maar wat en reageren in plaats van creëren. De horizon is het eind van de maand of hooguit 31 december en het doel en de motivatie is geld verdienen. De meesten doen wat voor hun neus ligt en dromen niet meer. Dromen over een betere toekomst, dromen over werkgever van het jaar worden of dromen over het verschil maken waardoor hun bedrijf gaat groeien, kwalitatief of kwantitatief.
Heb ambitie, iedereen op zijn niveau, en streef iets na. Doorbreek je eigen barrières en maak er wat van! Want mensen en organisaties die ergens voor durven te gaan, durven te dromen, over de dijk heen kijken en durven te leiden maken het verschil. Ze creëren ‘vibes’ en geluk en zijn nodig om de weg omhoog te vinden uit deze schijnbare malaise.
Dit alles vraagt om meer dan een plan. Het gaat om een droom, een visie, drive, shared values maar vooral om de energie en de moed om het te doen. Immers, als Martin Luther King had gezegd “I have a plan” was er niks gebeurd!
Rob Westerik is eigenaar van Shift66-Leef Je Merk business inspiratie en initiatiefnemer van Lopen Tegen Kanker
Onbeperkt zorgt voor groei, gelimiteerd zorgt voor groeistop
Zoals waarschijnlijk bijna niemand ontgaan is, wordt mobiel internet bij de meeste aanbieders binnenkort fors duurder. Het mobiele dataverkeer is explosief toegenomen afgelopen jaren, daardoor zijn de inkomsten voor mobiele aanbieders veel minder dan voorheen. Dit komt omdat het gebruik van internet binnen de meeste abonnementen onbeperkt is voor een bepaald bedrag. Daarnaast is dit te wijten aan de opkomst van mobiele chatapplicaties, waardoor er minder gebeld wordt en de opkomst van mobiel Skype. Nu nog goedkoper dan bellen met als gevolg, nog minder inkomsten voor mobiele aanbieders. Op zich logisch dat mobiele aanbieders het gebruik hiervan aan banden willen leggen. Het interessante aan deze ontwikkeling is de vraag wat de gevolgen hiervan zijn voor gebruik van mobiel internet en met name het gebruik van social media?
Het gebruik en de intensiteit van het gebruik van social media is juist enorm toegenomen doordat veel meer mensen over (onbeperkt) mobiel internet beschikken dan een paar jaar geleden. De kracht van mobiel internet is dat je overal en altijd in contact bent met anderen. De manier waarop mensen met elkaar communiceren is veranderd en nieuws verspreid zich sneller via mobiel internet dan ooit tevoren. Gebruikers raken gewend aan het intensieve gebruik, worden zelfs onrustig als er een paar uur niet gekeken is, surfen in gezelschap van anderen en zelfs de eerste verslaafden zijn gesignaleerd. Deze intensiteit wordt gestimuleerd doordat de meeste abonnementen inclusief onbeperkt internet worden aangeboden, maar wat gebeurd er als je gaat betalen naar je dataverbruik? Check je dan nog steeds tien keer per dag je Facebook, Twitter, LinkedIn, e-mail, mobiele websites en meer? Speel je dan nog steeds dat leuke filmpje af op je mobiel, zoek je tijdens het reizen nog steeds alles op via je mobiel? Of alleen als echt het nodig is? Het gebruik is tot op heden nog moeilijk meetbaar, alhoewel er al wel applicaties voor bestaan die het verbruik globaal kunnen meten. Zorgt het gebrek aan inzichtelijkheid voor voorzichtigheid of zelfs gematigd gebruik?
Wat zijn de gevolgen voor merken en bedrijven die meer en meer online aanwezig zijn en daarin flink investeren? Denk daarbij aan het ontwikkelen van mobiele websites, mobiele applicaties, de opkomst van augmented reality, QR codes, maar ook het actief beheren van Twitter accounts, Facebook pagina’s en meer. En wat zijn de consequenties voor uitgeverijen die zich ook steeds meer op online activiteiten richten met bijvoorbeeld het aanbieden van digitale magazines voor de iPad? Of zijn we met zijn allen zo gewend aan mobiel internet en het intensieve gebruik hiervan dat we de torenhoge rekeningen voor lief gaan nemen? Ik ben ieder geval heel benieuwd naar de eerste statistieken en niet naar mijn hoge rekening.
Irene Geerligs,
Pride PR
Pride PR is een creatief communicatieadviesbureau gericht op offline en online Public Relations en marketing.
Pride PR staat voor slimmer, creatiever en met grote toewijding werken aan inspirerende communicatieopdrachten mét onze partners. Het behalen van resultaat komt daarbij op de eerste plaats!